Beste Mutsaerts,

Hartelijk dank voor uw post op GeenStijl. Ik liet zowaar mijn breiwerkje uit mijn handen vallen toen ik zag hoeveel mensen er op uw blog hebben gereageerd. De reacties waren stuk voor stuk prachtig geformuleerde proza en bovenal zeer verhelderend. Door al dat consuminderen en mijn kleine uitglijer tijdens de feestdagen was ik in een identiteitscrisis geraakt. Gelukkig zijn uw lezers zo vriendelijk geweest om mij te herinneren aan wie ik ben: ‘een linkse, uitkering trekkende, economie verwoestende, neocalvinistische aandachtshoer.’

Ik ben tevens verheugd dat GeenStijl voor de tweede keer in mijn leven mijn woorden interessant genoeg vindt om te verspreiden. Een jaar geleden liep ik uw collega Rutger tegen het lijf op een exclusief feest voor vrouwen waar hij als man nogal uit de toon viel. Arme Rutger wist niet wat hem overkwam. Terwijl ik een kwijlbakje onder zijn mond hield, probeerde ik hem gerust te stellen met een ter plekke verzonnen verhaal dat hitsige mannen (3.53) graag willen horen. Mooie herinneringen.

En nu verschijn ik weer op GeenStijl. Het is opvallend dat een blog over Rutgers natte droom totaal andere reacties teweeg heeft gebracht dan een blog over een koopstop. Lesbische vrouwen maken mensen blij. Koopstop maakt mensen boos en geeft ze een excuus om eindeloos over links geleuter te lullen. Heel simpel. Wat zou ik zonder GeenStijl zijn als zij mij niet keer op keer de eenvoud van het menselijk brein duidelijk zouden maken?

Mijn dank is dus groot beste Mutsaerts. GeenStijl werkt verhelderend, op zo veel manieren. Ik ga nu weer snel verder, want er ligt een puzzel en een moestuin op mij te wachten.

Met vriendelijke groet,

Angela

Op de donderdag voor kerst werd het aantal pintransacties op één dag verbroken. Die dag werd er ruim 11,1 miljoen keer gepind. Met schaamrood op de kaken moet ik bekennen dat ik heb bijgedragen aan dit record. En nee, ik pinde geen ‘ervaringen’ of ‘iets nuttigs’. Ook waren het geen tweedehands artikelen. Het is veel erger: ik heb nieuwe spullen gekocht. Ik wil hier gelijk aan toevoegen dat dit kerstcadeaus waren voor mijn familie. Niets van mijn aankopen heb ik zelf gehouden. Toch schaam ik mij.

Terwijl familieleden dit jaar extra in de kerststress schoten omdat ze iets origineels moesten verzinnen voor een lastig familielid met een zelfopgelegde koopstop, haalde ik mijn pinpas door een pinautomaat van de H&M. Toen mijn moeder zorgvuldig een pakket samenstelde met heerlijke delicatessen, pinde ik het slechtste kerstcadeau aller tijden: een cadeaubon. Op het moment dat mijn tante in mijn naam een bedrag overmaakte naar Serious Request voor de aidswezen in Afrika, kocht ik een cd.

Kerst en cadeaus horen samen. Net als verjaardagen en cadeaus. Cadeaus zijn dus onontkoombaar, maar in tegenstelling tot mijn familie ben ik voor het gemak gegaan. Want laten we eerlijk zijn: nieuwe spullen zijn makkelijke cadeaus. Je hoeft er niet eens de deur voor uit. Met een paar klikken op de muisknop heb je binnen een half uur alle kerstinkopen gedaan. Ingepakt en compleet met naamkaartje worden je aankopen een dag later bezorgd. Ik bekritiseer dit niet, maar voor iemand die zelf een koopstop instelde had ik beter moeten weten. Ik weet nu: kopen is gemakzuchtig en niet kopen vergt tijd, creativiteit en originaliteit.

Ik ben benieuwd of ik naast een zelfopgelegde koopstop ook zelfopgelegde originaliteit kan volhouden.

 

 

Een jaar lang koop ik alleen dat wat ik nodig heb. Een top plan, vonden mijn vrienden. Ze zouden zelfs wel mee willen doen, maar dat werd wat lastig. Er lagen nieuwe schoenen, kerstoutfits en I-pads op hen te wachten. ‘Maar na de kerst doe ik met je mee!’.

Wat houdt een koopstop eigenlijk in? ‘Mag je dan ook niet naar de kapper?’, vroeg een vriendin. Daar moest ik even over nadenken, maar uiteindelijk vond ik van niet. Mijn kapsel overleeft het wel. ‘En toiletpapier? Je kunt toch ook water gebruiken?’, vroeg een ander. Ik keek hem vies aan en zei: ‘Toiletpapier is absoluut een primaire behoefte!’. Zeep? Make up? Bioscoop? Sokken? Zonnebank? De definitie van ‘koopstop’ bleek toch niet zo makkelijk uit te leggen.

Een dag na D-day pakte ik pen en papier en maakte twee rijen. ‘Nodig’ en ‘niet nodig’. Sommige aankopen waren makkelijk te labelen.

Nodig: eten

Niet nodig: kleding, schoenen, boeken en vernuftige elektronische apparaatjes waarvan elke maand een nieuwe versie van uit komt

Toiletartikelen waren lastiger. Ik ken mensen die zich beperken tot tandpasta. Het gebruik van alle andere producten zouden het resultaat zijn van reclames en verpesten huid en haar. Ik ken ook mensen die meer Rituals-producten in de kast hebben staan dan dat ze ooit op kunnen maken. Ik hang er tussenin. Op een gemiddelde dag gebruik ik: shampoo, conditioner, gezichtsreiniger, zeep, dagcrème, deodorant, bodylotion, make up, haarwax, parfum, flosdraad, tandpasta en mondwater. Ok, best veel dus. Het was voor mij iets te ambitieus om deze lijst terug te brengen tot alleen tandpasta. Toch begon ik rigoureus te schrappen en kwam uit op vier artikelen die in mijn ogen echt nodig zijn voor een representatief uiterlijk.

Nodig: zeep, tandpasta, shampoo en deodorant

En hoe zit het met cadeaus? Mijn koopstop heeft niet veel zin als mijn moeder kleding voor mij koopt. Of als ik voor mijn verjaardag een nieuwe telefoon krijg. Ik heb mijn vrienden en familie verboden nieuwe spullen voor mij te kopen. Ervaringen mogen wel. Bioscoopbezoek, uit eten, op reis gaan: dit is ook consumeren, maar deze cadeaus hoef ik thuis niet af te stoffen. De producten op mijn ‘nodig’ lijstje mogen natuurlijk wel als cadeau gegeven worden. Altijd handig. Ik besef dat de kans nu groot is dat een vriend bij de eerste de beste cadeaugelegenheid met een jaarvoorraad toiletpapier komt aanzetten. So be it.

Niet nodig: nieuwe spullen

Nodig: ervaringen

Mijn ‘nodig’ en ‘niet nodig’ lijstjes zijn waarschijnlijk nog niet definitief. Ik voorzie veel gekras, toevoegingen en bedenkingen. Maar het basisprincipe blijft gelden: ik besteed geen tijd, geld en energie aan nieuwe spullen.

 

Ik stel een koopstop in. Een jaar lang koop ik niets. Geen kleding, geen knusse interieuropvulling, geen nieuwe telefoon en geen uitbreiding van mijn boekenverzameling. Ik koop alleen wat ik echt nodig heb.

‘You can’t have everything. Where would you put it?’ De Amerikaanse cabaretier Steven Wright had het probleem van de huidige consumptiemaatschappij niet beter kunnen verwoorden. De afvalberg genaamd ‘aarde’ groeit. Ik ken niemand die dit niet erg vindt, maar ook niemand die stopt met consumeren. Soms word ik moedeloos van de hoeveelheid spullen die ik heb. Maar de gedachte deze spullen nodig te hebben, maakt mij nog moedelozer.

Is dit een protest tegen de verspilling in de Westerse consumptiemaatschappij? Zo’n soort protest is eigenlijk niet voor mij weggelegd. Hoewel ik denk dat de aarde langzaam aan het bezwijken is onder het door ons geproduceerde afval, ben ik allesbehalve een moraalridder. Het tijdperk van het ‘consuminderen’ is al jaren geleden aangebroken en tot nu toe volledig langs mij heen gegaan. Hulde aan de mensen die een duurzaam en ecologisch leven nastreven, maar ik ben een geboren en getogen consument en heb tot nu toe met weinig groen besef geleefd. Geen belerende woorden over het milieu van mijn kant dus. Die zijn er al genoeg. Dit experiment is slechts een poging een jaar lang mezelf bij elke aankoop af te vragen: heb ik dit nu echt nodig? En word ik er gelukkiger van?

Vanwaar dat deze doorgewinterde consument ineens cold turkey gaat? Daar was een wereldreis voor nodig (het zal niet). Acht maanden van het afgelopen jaar heb ik uit een backpack geleefd en ondervonden dat het helemaal niet erg was om elke dag dezelfde kleding aan te hebben. Ook werden alle uitgaven bewust gedaan. Ik had een budget en daar moest ik het acht maanden mee doen. Ik had eten nodig, maar geen snacks. Een dak boven mijn hoofd, maar geen luxe. Een douche, maar niet elke dag. Wat bleek? Een mens heeft verdomd weinig nodig. En wat bleek nog meer? Ik was prima tevreden en miste niets.

Is dit typisch gedrag van een twintiger die op wereldreis ging, bij thuiskomst in identiteitscrisis raakte, de maatschappij ineens heel oppervlakkig vond en daarom vragen ging stellen als ‘waar zijn we in godsnaam met z’n allen mee bezig?’ Eh, dat klopt. Maar er zijn ook twee praktische redenen om dit experiment te starten. Ik heb geen geld (reizen maakt blut) en woon in een zeer klein appartement (20 m2). Alleen al om dit laatste zou ik bij elke aankoop moeten afwegen: past het wel?

Ik pretendeer niet met iets revolutionairs te zijn gestart. Velen gingen mij voor. Zo ook de Amerikaanse journalist Judith Levine. Zij stelde niet alleen een jaar lang een shopstop in, maar ondernam verder ook niets waar geld voor neergeteld moest worden. Geen bioscoop dus, geen feestjes en niet uit eten. Zo ver wil ik niet gaan. Ik wil niet bezuinigen op ervaringen, alleen op spullen. Ook wil ik niet zo ver gaan als de New Yorker Colin Beavan also known as ‘No Impact Man’. Een jaar lang probeerde hij met zijn gezin zo min mogelijk impact op het milieu te hebben. Beavan kocht niets nieuws meer, maar gooide ook de televisie de deur uit, sloot de elektriciteit af en stopte met het gebruik van toiletpapier. Dat gaat mij te ver. Toiletpapier staat absoluut op mijn lijstje van noodzakelijke aankopen.

Mijn vrienden zijn geïntrigeerd door het experiment. ‘Je bent gek!’ was de meest voorkomende eerste reactie. Anderen waren positiever: ‘Een puik plan en goed initiatief.’ ‘Doe je dan mee?’, was mijn antwoord. ‘Eh nee, ik heb nog nieuwe schoenen nodig’. Een ander drukte mij met de neus op de feiten: ‘Wat egoïstisch van je! In een tijd dat de economie op zijn gat ligt, ga jij een potje zitten te bezuinigen.’ Hoewel het niet aan mij is om de wereldeconomie te redden, had hij wel een punt en kaartte daarmee een interessant dilemma aan. Of we blijven de wereld verzieken met onze overconsumptie of we stellen allemaal een koopstop in en de economie zal instorten door stagnatie. Zou er een gulden middenweg zijn? Een waar zowel het kapitalisme als de aarde gelukkiger van worden? Ik denk dat we niet alleen de aarde aan het verzieken zijn met onze spullen, maar ook onszelf. We streven geluk na met de verkeerde dingen. Laten we allemaal terug gaan naar wat we echt nodig hebben. De economie past zich dan vanzelf wel aan. Oké, misschien klink ik nu toch een beetje als een moraalridder.

Gepubliceerd in Babel. Maandblad voor de Faculteit der Geesteswetenschappen UvA. Jaargang 19. Nummer 4. december 2010 – januari 2010.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.